COLUMN | Onvoorwaardelijk

COLUMN | Onvoorwaardelijk

Heerenveen is mijn club. Dat is al heel lang zo en dat zal ook altijd zo blijven. Dat gegeven maakt mij net zo bijzonder als al die andere Heerenveenfans die zo’n zeventien keer per jaar naar het stadion komen. Of net zo weinig bijzonder. Want het is eigenlijk heel vanzelfsprekend. 

We hebben allemaal ooit om een of andere reden een seizoenkaart gekocht, gekregen, geleend of geërfd. We gingen allemaal ooit verwachtingsvol en verwachtingsloos naar een eerste wedstrijd. En na die eerste keer werd onze clubliefde per bezoek groter en standvastiger en groeide uit tot de onvoorwaardelijke liefde die het nu is. We weten niet beter.

Mijn liefde voor mijn club komt het meest naar voren als anderen deze aan het wankelen proberen te brengen of in twijfel trekken. Wanneer andere mensen mijn club gaan haten, ga ik er nog meer van houden. Hoe bozer de supporters van een tegenstander gaan roeper, hoe hartstochtelijker ik ga juichen. Maar ook daarin ben ik geen uitzondering. Dat is hoe het voetbalsupportersleven werkt. Dat zijn kenmerken van onvoorwaardelijke liefde.

Voetbal maakt van de stoerste mannen watjes. Watjes die met betraande ogen terugdenken aan de scrimmage van André Hanssen, de Rotterdamse penalty van Sibon of een van de afscheiden van Foppe. De onvoorwaardelijke trouw, de liefdevolle loyaliteit en de oprechte hartstochtelijkheid maakt van Heerenveensupporters, van voetbalsupporters in het algemeen, prachtmensen.

Maar voetbalsupporters kunnen tegelijkertijd de meest verachtelijke en hypocriete monsters ter wereld zijn. Wanneer de staat en stand van hun club niet voldoet aan hun verwachtingen veranderen realiteitszin en relativeringsvermogen in opportunistisch gezeur en onstuimige razernij. Massaal gemekker waarin gelijkgestemde negatievelingen elkaar vinden. Daarin laten voetbalsupporters zien ook maar gewoon mensen te zijn, want er zijn weinig zaken die zo verbroederen als ergernis, woede en een gemeenschappelijke vijand. Het probleem is alleen dat deze houding haaks staat op de definitie van ‘support’.

Deze supporters gaan prat op hun clubliefde en eisen dat te allen tijde terug van diens voornaamste medewerkers: de spelers. Maar spelers zijn passanten, werknemers van onze trots die gedurende hun contractperiode absoluut hun uiterste best doen om de club en zichzelf verder te helpen. Het zou vanuit vele oogpunten raar zijn om hun inzet in twijfel te trekken. En een gebrek aan kwaliteit of geluk kun je iemand persoonlijk zelden kwalijk nemen. Bovendien zijn de spelers ook nog eens het meest wezenlijke onderdeel van de vereniging waar wij onze eeuwige trouw aan hebben beloofd en daarmee de aangewezen personen om onvoorwaardelijk te steunen.

Supporters verwachten en eisen rust binnen hun club, maar kwalificeren ondertussen op verjaardagen en social media ieder rookpluimpje als een binnenbrand van ongekende proporties met kwetsende en beledigende kreten gebaseerd op aannames en halve waarheden. Het lijkt alsof fanatieke supporters zich liever verkneukelen aan matige communicatie, tegenvallende resultaten en gemiste kansen dan aan een gewonnen of verloren wedstrijd. 

Het is dus afgrijselijk kortzichtig om Reza Ghoochannejhad al maanden aan de Friese schandpaal te nagelen. Iemand een aantoonbaar gebrek aan inzet kwalijk nemen is tot daar aan toe, maar iemand persoonlijk tot de grond toe afbranden of beledigen puur op basis van prestaties is ronduit verwerpelijk. Medelijden hoeven we niet met hem te hebben, omdat Reza een intelligente jongen is die weet hoe de wereld werkt en zijn eigen kwaliteiten beter kent dan wie ook. Maar er is niets mis met wat meer krediet voor een spits die ons vorig jaar nog twintig goals en vele mooie momenten heeft gebracht. Ook dát is clubliefde.

Het is evenzo stompzinnig om alle bestuurlijke perikelen af te doen als wanorde en disfunctioneren. Onze club is, hoe graag we dat soms ook niet willen zien, niets meer of minder dan een bedrijf. En in een bedrijf worden af en toe harde beslissingen genomen en is het verloop van werknemers doorgaans groot. Daarin verschilt Heerenveen niet van een willekeurig callcenter of het zorgcentrum om de hoek. 

Directeur Luuc Eisenga is benaderbaar, oogt betrouwbaar en is in het verleden een gedegen en ervaren bestuurder gebleken. Derhalve mogen we hem toevertrouwen dat hij, als eindverantwoordelijke, bezig is de juiste mensen zich om zich heen te verzamelen om hun gezamenlijke doelen zo effectief mogelijk te behalen. Dat dit niet altijd vlekkeloos en zonder hobbels gaat, is inherent aan het doelgerichte processen. Alleen wordt niet ieder proces van afstand door duizenden kritische en emotionele mensen met een vergrootglas gevolgd. Dat is de keerzijde van clubliefde.

Natuurlijk is kritiek goed. Kritiek leidt tot scherpte en verbetering. Maar ongefundeerde kritiek, verpakt in lelijke woorden, mondt uit in afbraak van resultaten en zelfvertrouwen, waarmee de gewenste uitwerking een tegengesteld effect krijgt.

Ik roep eenieder op kritisch te blijven kijken naar de voortgang, resultaten en gang van zaken binnen onze club. Het is per slot van rekening ónze club. Maar laten we vooral als één man onvoorwaardelijk achter alles wat ons aan het hart gaat blijven staan. Onhoudbaar onophoudelijk. Het is per slot van rekening ónze club.

Redmer Wijnsma

Reacties ›
Om een reactie te plaatsen kun dien je in te loggen of te registreer je, dit duurt maar 1 minuut!

  • 13 Jan 2018 om 06:59
    Mooi verwoord en je slaat inhoudelijk de spijker op zin kop. Uit clubliefde geschreven, complimenten.
  • 11 Jan 2018 om 19:32
    Ik sluit mij hier 100% bij aan prima column.
  • 11 Jan 2018 om 17:13
    De mensen die kritisch zijn staan ook achter hun club en maken zich zorgen, zo moet je dat zien.

  • 11 Jan 2018 om 13:01
    Fantastische column
  • 11 Jan 2018 om 12:47
    Nog nooit zo eens geweest met een column
  • 11 Jan 2018 om 10:33
    En zo is het...
  • 11 Jan 2018 om 09:48
    Je hebt het gevoel dat ook ik al tijden heb fantastisch verwoord Redmer! Steun je club!