Charmeoffensief (juli 2011)
Nog niet heel lang gelden was Ron Jans de nationale troetelbeer binnen het Nederlandse trainersgilde. We gierden van de pret toen Ron Jans het vuur aan de schenen van Louis van Gaal legde tijdens een persconferentie. Zijn heldere analyses tijdens het WK in Zuid Afrika waren een verademing. En stiekem vonden we de opgestoken middelvinger en het wegtrappen van de bal tegen Heerenveen best wel leuk. Zelfs in Heerenveen.
In Heerenveen konden we na een paar roerige jaren wel weer iemand met temperament, humor en visie gebruiken. Ron Jans voelde als een lot uit de loterij. Dat we dat lot dan toevallig in Groningen hadden gekocht was bijzaak. Hoofdzaak is dat er het afgelopen seizoen maar bar weinig prijzen vielen op ‘het lot Jans’. We hoeven niet alle oude koeien uit de sloot te halen, maar het seizoen 2010-2011 was eerder een gifbeker dan een vetpot.
Het feit dat Jans niet de eer aan zichzelf hield na alle kritiek en twijfel is veelzeggend. Ron Jans is blijkbaar Frieser dan we denken: kop derfoar en net eamelje. Het project Heerenveen was en is wat Ron Jans betreft nog niet ten einde. Dat het allemaal moeilijk slechter kan is achteraf eigenlijk wel een prettig gegeven. Het bestuur zal ook zo geredeneerd hebben. Het was een eenvoudige en te rechtvaardigen stap geweest wanneer ze Ron Jans vriendelijk hadden bedankt voor onbewezen diensten om hem vervolgens op Q-liner 315 richting Groningen te zetten. Maar voor de lange termijn is dit op korte termijn de beste oplossing.
Want de hoge piefen binnen sc Heerenveen hadden heel andere, snode plannen. Ron Jans kon in zijn oude vorm nog bijzonder goed van pas komen binnen het ingezette charmeoffensief. Raymond Libregts daarentegen was met een relatief onbekend gezicht, een weinig aansprekend cv en een tamelijk onbekende naam vrij gemakkelijk inwisselbaar. Ron Jans kan beter groeien als boegbeeld wanneer hij omringd wordt door clubiconen. En dus mogen Henk Herder, Tieme Klompe en Jeffrey Talan samen met Jans proberen het echte Heerenveengevoel te doen herleven. Tieme Klompe had zich daar ook nog bij mogen voegen, maar met het oog op de toekomst is het verstandiger dat hij één trede lager begint bij de beloften.
Maar dat is slechts één van de voorbeelden uit het charmeoffensief van Robert Veenstra en volgelingen. Denk maar aan de shirtjes waar in gespeeld werd, wordt of had kunnen worden. Het thuisshirt van vorig jaar was een juweel met historische waarde. Precies waar de fans om vroegen. En dus was de stap naar het omstreden uitshirt van het komende seizoen even gewaagd als logisch. Maar dat was een klein bruggetje te ver. De kritiek kwam uit eigen fankringen, de woede uit de Randstad en tot uit Zuid-Limburg klonk het hoongelach.
Nog voordat er een shirt verkocht was, werd het al uit de handel genomen. De gedragen tenues van Roda-uit zullen inmiddels meer geld waard zijn dan mijn shirtje van Abdelkarim Kissi uit de Uefa-cup. Die ving ik destijds na een striptease van de Marokkaan na een treurig gelijkspel tegen een laffe en inspiratieloze Portugese ploeg. Vitoria Setubal, als ik me niet vergis. Ik zat op de eerste rij en deed de vangst van mijn leven. Wel, het shirtje blijft nog wel even in de kast liggen, maar volgend jaar is de eerste rij verdwenen.
We gaan de sfeerverhoging namelijk op zijn Engels aanpakken. De eerste supporters zullen zo dicht op het veld zitten dat ze, snipverkouden van al het hemelwater dat ze over zich heen krijgen zonder dak boven hun hoofd, hun neus kunnen snuiten aan de hoekvlag. Het publiek wordt letterlijk dichterbij gehaald en misschien is het dus wel wachten op een karatetrap van Bas Dost tegen een supporter die hem de huis vol scheldt na een gemiste kans. Het hoort er allemaal bij. Kom maar op met die sfeer.
Al is en blijft de sfeer voor het grootste deel afhankelijk van de resultaten. En aangezien die in het recente verleden niet meevielen, moeten we hoop koesteren voor de toekomst. En die hoop is voornamelijk gebaseerd op het werk van één man: Johan Hansma. De oer-Fries uit de Noordoostpolder houdt zich al een paar maanden bezig met het samenstellen van de selectie. In die tijd heb ik hem nog niet op een onverstandige daad of uitspraak kunnen betrappen. Morrende spelers vervallen met bosjes tegelijk in tevreden bankzitters met hoop. En dat is de basis.
De kans is dus groot dat we aan het seizoen beginnen met een voorhoede die kan bestaan uit Beerens, Assaidi, Dost en Narsingh. Djuricic en Roorda zullen gewoon hun minuten maken op het middenveld. En achterin mogen Gouweleeuw en Schmidt zich klaarmaken voor het grote werk. En als Ron Jans zijn Groningenvorm ook weer te pakken krijgt, staan we aan de vooravond van een mooie periode. En wie had dat een paar maanden geleden durven voorspellen?
R.W.




