Waakvlam (april 2011)
Dit seizoen winnen we geen wedstrijd meer en ik kan er niet mee zitten. Het cynisme wat afgelopen zaterdag door een zwoel lenteavondbriesje vanaf de tribunes neerdaalde en zich in de oren van de vertwijfelde Heerenveenspelers boorde, circuleerde al veel langer door mijn hoofd. Een valse opleving tegen Twente ten spijt, lijkt het al tijden nergens meer op in het Abe Lenstrastadion.
De overwinning op de huidige koploper was prachtig, maar geflatteerd. De nederlaag tegen Excelsior kwam hard aan, maar is moeilijk onlogisch of onverwacht te noemen. En daarmee is het lopende seizoen van Heerenveen in twee wedstrijden, twee zinnetjes, samengevat. Het is momenteel even niet anders en ik heb me er al bij neergelegd. Het heilige supportersvuur in mij is tijdelijk gedoofd en omgezet in een waakvlammetje.
In de drie weken voorafgaand aan de wedstrijd tegen Excelsior was ik blij er even van verlost te zijn. Even geen vrije zaterdagavond om zeep helpen met het aanschouwen een tenenkrommende poging tot voetbal. Maar gewoon op de bank genieten van het non-nieuws rond Ajax, de vlagen van brille en arrogantie in het Nederlands elftal en natuurlijk de aanloop naar de voorjaarsklassiekers in het wielrennen. Van de naam Sebastian Langeveld gaat mijn hart op dit moment sneller kloppen dan van Roy Beerens.
En dat zegt wel wat. Na het bezoeken van de zomeravondwedstrijd tegen Real Mallorca in de voorbereiding op dit seizoen was ik eruit: dit zou het jaar worden van Roy Beerens. Het gemak en de klasse waarmee Beerens de verdediging van Mallorca aan flarden reeg was hoopgevend en amusant. En gezien de leeftijd en ontwikkeling van Beerens lag het voor mij volledig in de lijn der verwachtingen dan hij het niveau van Heerenveen zou gaan ontstijgen. De volgende man van tien miljoen.
Nee dus. Beerens kan op dezelfde stapel geworpen worden als Haglund, Koning, Jong-A-Pin, Stuhr-Ellegaard en een nog onbekend aantal anderen. Uit nood geboren verbredingen van de selectie zonder exceptionele kwaliteiten. Het gaat misschien te ver om ze rotte appels te noemen, maar dat de houdbaarheidsdatum ervan verlopen is, is duidelijk. Het vuurtje in een groot deel van de spelers brandt al lang niet meer en het lukt de technische staf momenteel niet om het op te doen laaien.
Ron Jans is namelijk leeg. Afgelopen zomer is hem een vette worst voorgehouden door het managementteam van sc Heerenveen. Er zou voldoende perspectief zijn met deze spelersgroep, die nog niet aan zijn plafond zat. En beter nog: het kon nooit veel slechter gaan dan in de duistere jaren tussen Verbeek en Jans. De bekerwinst was een laatste stuiptrekking van een grotendeels verzadigde en gezapige selectie en een in slaap gedommeld bestuur. De voorgehouden vette worst bleek een vetloze light-versie van een gepureerd cocktailworstje en dus is zijn leegheid meer dan begrijpelijk. Maar het zal de honger doen toenemen. En hopelijk niet alleen bij Ron Jans
Jans mag de aankomende wedstrijden al beginnen met doorselecteren. Iedere speler waar de honger, de gretigheid en de ambitie aan ontbreekt, verdwijnt onherroepelijk naar de tribune. Gewoon een ‘Te Koop’-bordje om de nek hangen en naast de bezoekende scouts posteren. Het zal meer opleveren dan de devaluerende werking die op het voetbalveld in gang is gezet. Wie niet mee wil, valt af. En daarvoor in de plaats hebben we de jeugd.
Jeffrey Gouweleeuw, het jongere, rechtsbenige equivalent van Michael Dingsdag mocht er tegen Excelsior als een van de eersten van profiteren. Daarbij laten we Narsingh buiten beschouwing, want die staat er al wat langer. Ook Djuricic mag, ondanks zijn dramatische optredens op en naast het veld, gewoon blijven staan. En voor de rest zien we wel wat er naar boven komt drijven. Het is eerst zaak om de nasmeulende stukjes brandhout de selectie uit te werken en te vervangen door fris talent die zich nog het vuur uit de sloffen willen lopen voor onze club.
Dit seizoen sluit ik al tevreden af wanneer er weer een sprankje licht gloort aan de Friese horizon. Want diep van binnen brandt het vuurtje in mij nog steeds. Maar ik spaar mijn energie voor betere tijden en laat het tot niet meer dan een waakvlam komen. Een kleintje, maar blauw van kleur. Hopelijk spoedig aangewakkerd door een frisse wind.
R.W.




