Provinciepower (mei 2010)
Nederland provincialiseert. Het leven speelt zicht allang niet meer louter in de Randstad af en steeds meer mensen beginnen zich dat te beseffen. Terwijl de gemiddelde Amsterdammer dacht dat wij onze dagelijkse portie melk nog rechtstreeks uit de koe zogen, haalden wij het Glazen Huis naar Groningen, waar de Giro ooit ook al startte. De Vuelta week vorig jaar uit naar Assen en Guus Meeuwis speelt liever uit in Heerenveen dan in het stadion van ADO Den Haag.
En TMF heeft dit jaar zijn horizon tot buiten de grachtengordel verbreed en Enschede uitgekozen om zijn rode loper uit te leggen voor de jaarlijkse Awardshow. Niet iets waar ik wakker van zal liggen, want ik heb niet zoveel op met shows waar Nick en Simon de topact zijn. En omdat ik geen clearasil meer koop, val ik ook niet in de doelgroep. Ik verheug me meer op het concert van Paolo Nutini in Groningen. Dat terzijde.
Het is dus duidelijk dat Nederland provincialiseert. En dat proces is afgelopen zondag nogmaals in een stroomversnelling geraakt. Twente is de terechte kampioen van Nederland en volgt daarmee collega-provincieclub AZ op. De provincie aan de top! En toch zit het me niet helemaal lekker. Want ik ben niet alleen een provinciaal, ik ben ook supporter van Heerenveen.
Terwijl Twente zich soeverein naar de verdiende titel speelde in Breda, speelde Heerenveen zijn overbodig geworden slotakkoord op het mooiste bijveld van Nederland. Nota bene de plek waar Heerenveen zijn steentje bijdroeg in de provincialisatie en waar tegelijk de ellende begon. Nog geen jaar geleden dacht ik dat de wereld aan onze voeten lag. Een beker vol ambitie werd door Michel Breuer de lucht in getild na het winnen van de finale.
Het bleek een gifbeker te zijn en hij moest helemaal leeg gedronken worden. We hebben er een heel seizoen over gedaan, maar leeg moet hij nu wel zijn. Na het winnen van de beker verloor de Friese nuchterheid het van de misplaatste megalomanie. We zouden de top gaan bestormen. De lat werd hoog gelegd en die hoogte is dit seizoen bij lange na niet gehaald.
Yme Kuiper riep begin dit seizoen dat de selectie van Heerenveen niet onder doet voor die van Twente. Die uitspraak is tot in den treure herhaald en aangehaald na iedere al dan niet terechte nederlaag van Heerenveen. Het waren woorden uit de mond van een ambitieus bestuur dat stiekem zijn doel al had bereikt. Een prijs.
Waar wij blij als kleine kinderen met onze eerste of enige prijs de Kuip uitliepen, liepen de supporters van Twente teleurgesteld maar respectvol langs ons heen. Winnaars en verliezers in hetzelfde schuitje. Beiden op weg naar de top en we hadden er toch maar een mooi feestje van gemaakt. Want bovenal waren we voetbalsupporters die reclame hadden gemaakt voor het voetbal. Fans en clubs uit hetzelfde hout gesneden.
Diep in mijn hart zit dus het gevoel dat Twente niet zoveel verschilt van Heerenveen. En dat wij dus ook ooit kampioen zouden moeten kunnen worden. Datzelfde gevoel had ik vorig jaar ook toen AZ kampioen werd. De Top-Drie bestaat al een paar jaar niet meer en daarachter was het strijden om wie de eerste kampioen-op-klompen zou worden. Wij niet dus.
Eerst AZ en nu Twente. Jaloezie borrelt in me omhoog en zakt weer weg als het plaats maakt voor opkruipende hoop. De hoop van een voetbalsupporter is allesoverstijgend en een echte supporter is immuun voor tegenslagen. Ik denk er zo een te zijn. Ik put hoop uit de titels van andere provincialen. Ooit zullen wij de kampioenen zijn!
R.W.




