Lost and found (april 2010)
Mijn collega redactieleden verdienen een compliment voor de manier waarop ze de artikelen van Feansters over de Grens in elkaar zetten. Toegegeven, helemaal objectief ben ik niet. Het blijven toch je collega’s. Maar toch, het is een knap staaltje speurwerk.
In het bijzonder heb ik genoten van het artikel over Antonio Correia. De beste jongen heeft een paar blauwe maandagen bij Heerenveen gespeeld, wapperde vervolgens over alle werelddelen en lijkt nu van de aardbodem verdwenen. Hij schijnt in zijn geboorteland Angola rond te hangen, maar wat hij daar doet weet niemand. Althans, niemand in de Westerse Wereld.
Ik hoef het eigenlijk ook niet te weten. Het heeft iets mystieks. Vergeten voetballers, dat heeft wel wat. In de Voetbal International ook altijd een leuk item. Alleen zijn de voetballers in die rubriek ronduit saai. Ze zijn vertegenwoordiger in sportartikelen, bouwen af bij een amateurclub (waar ze inmiddels gestopt zijn, omdat ze het lagere niveau toch wel erg laag vonden) en besteden nu eindelijk veel tijd aan hun kinderen. Het was een hard gelag, het voetballende leven.
Nee, dan Correia. Die kan op dit moment kranten rondbrengen in de buitenwijken van Luanda. Hij kan telefoons simlockvrij staan maken op de plaatselijke markt. Hij kan zich inmiddels bijna hebben opgewerkt tot minister van sport in Angola. We weten het niet en dat maakt het leuk. Hopelijk duikt hij ooit weer eens op en doet dan zijn verhaal over hoe erbarmelijk het allemaal was en hoeveel sterker hij daaruit gekomen is. Mijn favoriete voetballers zijn verdwenen voetballers en hun vergeten verhalen.
En er zullen wat vergeten voetballers bijkomen dit jaar. Heerenveen is bezig met een grote schoonmaak en eenieder in het bezit van een aflopend contract mag zijn geluk elders beproeven. Smarason, Dingsdag, Henrique en noem ze maar op. Allemaal verdwenen na dit seizoen om waarschijnlijk nooit meer terug te komen. Althans, in de meeste gevallen is dat te hopen. Ik ben benieuwd waar ze naar zullen uitwaaien en wat er van ze terecht zal komen. Ik zal ze volgen en hopelijk zal ook over hen een mooi stukje geschreven worden wanneer ze uit ons beeld verdwenen zijn.
Het meest van al verheug ik me op het artikel over Gerald Sibon over een jaar of tien. Met bijpassend een mooie foto van Sibon, zittend op een campingstoeltje op een veranda van een groot houten huis met afbladderende verf. Beetje nonchalant kijken, zoals we hem altijd kenden. Verwilderd en licht grijzend haar, teenslippers aan en een shagje in zijn mond. Het Zwitserleven gevoel, maar dan anders. Maar Sibon is even duidelijk als altijd.
Na zijn ontslag bij Heerenveen besloot hij dat het tijd was voor een laatste buitenlands avontuur. Gewoon, omdat het nog kon. Hij was niet blij geweest met het feit dat hij moest vertrekken uit Friesland. Ja, natuurlijk was hij al van plan geweest weg te gaan. Maar hij had liever de eer aan zichzelf gehouden. Maar ja, het was crisis geweest. Zowel in de club als in de wereldeconomie. Tragedie heeft zijn redenen.
Gelukkig belde John van ’t Schip. Of hij geen zin had om die gasten Down Under een beetje te leren voetballen. Technisch heel aardig, maar tactisch stelde het niet zoveel voor, vertelde John. Een mooie klusje voor Sibon. Een beetje op zijn oude dag de lijnen uitzetten in een team vol enthousiastelingen die het loopwerk wel zouden verrichten. Of Gerald daar oren naar had? Het antwoord is dan geschiedenis.
Inmiddels zit Gerald over tien jaar al net zo lang in Australië. Hij heeft nooit de behoefte gehad om terug te keren. Het leven als gepensioneerd socceroo beviel veel te goed. Lekker relaxed, niet te moeilijk en het is er nog mooi weer ook. De jodenkoeken en pindakaas met hele stukjes noot? Ja, die mist hij wel, maar daar is het dan ook mee gezegd. De enige weemoed ontstaat wanneer het onderwerp Heerenveen weer ter sprake komt.
Mooie jaren heeft hij daar gehad. Met als hoogtepunt natuurlijk die beslissende penalty in de bekerfinale tegen Twente. Mooi feestje was dat geweest na afloop. Toch leuk om zo in de geschiedenisboeken van Heerenveen te staan. En hij had toch maar met een paar grote jongens gespeeld. Alves, Sulejmani, Pranjic en Djuricic, van wie hij toen al zag dat het een hele grote zou gaan worden. Mooi voetballen was dat, met die gasten. Schitterende tijd.
Met slechts een smetje: zijn laatste seizoen. Het moest een seizoen worden van het bestormen van de top drie, erop of eronder. Het werd er vooral onder. Onder de maat, onder in de Eredivisie, onder zijn eigen niveau, onder het niveau van Heerenveen en onder drie verschillende trainers. Jammer vindt hij dat. Geen afscheid in stijl.
En dan, vanaf zijn veranda blikt hij overwegend positief terug op zijn tijd in Friesland. Hij heeft er nog steeds een huis en komt er nog ieder jaar. Of hij ooit terugkeert? Het liefst wel. Het afscheid was mooi en met pijn in het hart, maar niet definitief. Heerenveen zit in zijn hart, dat weer sneller begint te kloppen bij het ruiken van gemaaid gras. Het zou zijn derde periode kunnen worden bij de club. Niet als speler maar ter aanvulling van de technische staf. De nooit ingeloste belofte staat op het punt ingelost te worden. Gerald, tot over een jaar of tien!
R.W.




