Supportunisme (maart 2010)
Afgelopen zondag heb ik mezelf toch voor de televisie gezet. Vitesse – Heerenveen. Ik heb niets met Vitesse en ook Heerenveen kan me maar weinig bekoren op het moment. Maar je bent fan en supporter en daar hoort zelfkastijding bij. Hoogte- en dieptepunten wisselden elkaar af, met Roy Beerens in een glansrol.
Zelden heb ik iemand zo vol chagrijn zijn verhaal zien doen na een winstpartij waarin hij zelf het winnende doelpunt heeft gemaakt door met zijn zwakkere been een bal in de verre kruising te jagen. Er kon geen lachje af. Schitterend. Roy keek alsof hij een pan aangebrande spruitjes onder zijn neus gedouwd kreeg.
Er viel ook niet veel te lachen natuurlijk. Spelen in de Gelredome is sowieso al als het bezoeken van een graftombe op donderdagochtend half zeven. Stil, kaal en leeg. Het Vitesse-publiek deed zijn uiterste best om de sfeer tot nog een nog bedenkelijker niveau te brengen door vanaf minuut één de eigen ploeg neer te sabelen bij elke niet perfect gespeelde bal. Arnhem, nog bedankt daarvoor.
Beerens paste zich moeiteloos aan aan de entourage. Gezien zijn vorm dit seizoen lag dat in de lijn der verwachtingen. Hij had zich de hele wedstrijd het schompes gelopen. Veel zonder en weinig met bal. Hij heeft hoofdzakelijk toe staan kijken bij een wedstrijd die het aanzien niet echt waard was. Maar gelukkig weten we nu dat Roy een momentenvoetballer is. Dan maakt dat allemaal niet uit.
Roy heeft naar eigen zeggen genoeg aan één momentje. En wanneer hij dan ook nog toevallig de ruimte krijgt tijdens dat momentje, is hij dreigend. Tja, niet waar dus. Ik kan me een momentje herinneren uit de eerste helft waarin Beerens het halve veld over mocht steken. Met bal, zonder man. Hij zal zich als het eerstgeboren lentelammetje gevoeld hebben. De hele weide voor zichzelf.
Zo’n lammetje weet vaak niet wat het moet doen. Roy wist het ook niet. Radeloos door alle ruimte aaide hij de bal tegen de schenen van Velthuizen. Kans verprutst, jammer. Tot zover de momentenvoetballer Roy Beerens. Ik zal eerlijk zijn: de rest van de wedstrijd kon hij bij mij niets meer goed doen. Als ik eindverantwoordelijke was, had ik hem gewisseld en per direct op non-actief gezet. Gelukkig heb ik het niet voor het zeggen.
Want er was dat ene moment in de drieëntachtigste minuut. Het was eigenlijk geen moment. En er was al helemaal geen ruimte. En daar was momentenvoetballer Roy. Een goal zo mogelijk nog mooier dan de goal tegen Ajax verleden jaar. In ieder geval belangrijker. Vergeten zijn alle waardeloze corners die de niet over de eerste graspol komen. Die kans in de eerste helft heeft nooit bestaan. De voetbalwereld is opportunistisch en ik doe vrolijk mee.
Ik heb vanaf de drieëntachtigste minuut tot het laatste fluitje met gebalde vuisten in mijn eentje de polonaise gelopen door de kamer. Er was niemand om mijn opluchting mee te delen, dus het door mij ingezette ‘Beerens in Oranje’ vond geen bijval. Ik ben snel weer gaan zitten voor de interviews na afloop en kreeg nog op het nippertje het interview met Roy Beerens mee.
Roy zei na afloop wat ik tot de drieëntachtigste minuut had geroepen. Met een gezicht als een oorwurm vertelde Roy dat hij baalde van dit seizoen, dat het voetbal slecht was en waarschijnlijk ook blijft en dat we niet blij moeten zijn tot we vrij zijn van degradatiezorgen. Vrijdag wacht NEC. Dat is pas realiteitszin waar ik nog iets van kan leren. Heerenveen staat elfde en ik sta weer met beide benen op de grond.
R.W.




