Kruiswijk: 'SC Heerenveen hoort in de topvijf' (juni 2010)
Timing is altijd een sterk punt geweest van Arnold Kruiswijk. Maar dat zijn appartement aan de rand van het centrum van Groningen precies over twee weken af is, had zelfs hij niet durven hopen. Naast zijn fraaie optrekje in Brussel liet de verdediger twee jaar geleden een onderkomen bouwen in de stad waar hij groot werd.
Om zich af en toe eens onder te kunnen dompelen in de zo zoiet smakende vertrouwde omgeving. Niet wetende er al twee seizoenen in België terug te willen keren. Het heeft zo moeten zijn, denkt hij af en toe bij zichzelf. Vanaf het begin van het komende seizoen speelt Kruiswijk bij SC Heerenveen, maar wonen doet hij liever daar waar hij elke straat en steeg kent. In Groningen dus.
'Op mijn zestiende ben ik hier terechtgekomen, en dan ben je al snel verknocht aan deze geweldige, sfeervolle stad,' verklaart hij zijn beslissing. Voetballen in Heerenveen, wonen in Groningen... Nee, bang voor de confrentatie met teleurgestelde fans van de plaatselijke FC is hij niet. Het is gezonde rivaliteit, volgens Kruiswijk. 'Strijd is fantastisch. Maar echt vijandig gedrag hoort daar voor mij absoluut niet bij.'
Kruiswijk, getogen in het nog noordelijker gelegen Appingedam, is geen man van de harde confrontatie. Soms krijgt hij een vermaning, maar nooit voor echt gemeen spel. Gevoelens van wrok zijn hem net zo vreemd als gezonde bluf. En dus voelden een aantal vrienden het afgelopen voorjaar wel aan. Toen Ron Jans zijn overstap naar SC Heerenveen wereldkundig maakte, stroomde de sms-box van Kruiswijk vol.
Jij zal wel de volgende zijn, zo was de tendens. Het duurde niet lang voordat het eerste serieuze contact was gelegd. 'Opeens was daar de interesse,' zo kijkt de verdediger tevreden terug. Zijn blinkende vorm in het shirt van Roda JC was ook in Heerenveen niet onopgemerkt gebleven.
De Friezen, kennen met Ron Jans aan het roer, voor een mentaliteitsbreuk met het nabije verleden. Trond Sollied zag geen gevaar in uitgesproken karakters. Maar het kan geen toeval zijn dat Jans een ontslagbrief aan Michael Dingsdag onderschreef, en de veel ingetogener Kruiswijk voor hem terughaalt. 'Samen met Ron Jans heb ik hele mooie dingen meegemaakt. Dat vergeet je niet snel. En hij blijkbaar ook niet.'
Dat was zes maanden geleden nog wel anders. Alsof hij in zes seizoenen bij FC Groningen een reputatie van suiker had opgebouwd, zo was Kruiswijk uit het vizier verdwenen. Van een kandidaat voor Oranje naar een vergeten voetballer, het kan snel gaan. Natuurlijk hadden sommige mensen al hun vraagtekens gezet bij zijn overstap. Dat Kruiswijk FC Groningen was ontgroeid, daar was hij niet alleen het zelf over eens. Vooral Feyenoord werd meer dan eens genoemd.

'Het halfjaar Roda JC heeft me goed gedaan. Opeens waren er weer clubs geïnteresseerd.'
Totdat Anderlecht daar ineens was. Een club, opgebouwd op vergulden pilaren. Een club ook van sterren, van brutaliteit en bravoure. Maar paste de nuchtere Arnold, verdediger van de gestampte prak uit Appingedam, wel in het mondaine Brussel, hart van Europa?
'Zelf heb ik daar niet zo over nagedacht,' aldus de verdediger. 'Ik was toe aan een nieuwe uitdaging, en wilde graag richting het buitenland.' Hij koos voor zijn gevoel voor een tussenstap in balans. Wel de landsgrenzen over, maar binnen het vertrouwde vizier. 'België klinkt toch een beetje als Nederland. Maar Anderlecht straalt wel wat uit. Een echte topclub, boven alles verheven. Dat moest toch iets geweldigs zijn?'
Champions League
Kruiswijk was snel genezen. In de voorbereiding op zijn eerste seizoen, in de zomer van 2008, verlekkerde hij zich nog op een plek in de Champions League. Maar veel fans waren amper terug van vakantie, of Kruiswijk was al afgeschreven. Het tweeluik tegen BATE Borisov pakte volledig verkeerd uit. 'Ik speelde slecht. Daar kan ik heel eerlijk over zijn. Maar, en dat werd wel gesuggereerd, dat we met 2-1 verloren, was níét mijn schuld. Ik kon niets aan de tegentreffers doen, maar ik kreeg wel kritiek in de media. Ook vrij makkelijk hè, een nieuwe speler afbranden.'
Lang moest Kruiswijk wachten op een nieuwe kans. Zeven duels keek hij knarsetandend toe. Hij had het veilige Groningen toch niet alleen voor Manneken Pis en de Vlaamse patat verlaten? Ondertussen daalde de kritiek, ook zo typerend voor Anderlecht, op hem neer. Paarswit was al in augustus uitgeschakeld, en uiteindelijk werd via een beslissingswedstrijd tegen Standard Luik ook nog de landstitel uit handen gegeven.
Kruiswijk kwam uiteindelijk tot zeventien competitieduels op rij, waarin hij goed speelde en Anderlecht veel won. Na een bovenbeenblessure kwam hij toch weer op de bank. 'Als je ergens nieuw bent, is wennen niet erg. Een vertrek zat absoluut nog niet in mijn hoofd, ik ben geen opgever.' Een fris seizoen, een nieuwe kans? 'Ja, wel als er voldoende vertrouwen was geweest.'
Een gelukkig huwelijk is het echter nooit meer geworden. Toen Anderlecht, met veel tromgeroffel, de toen twintigjarige Ondrej Mazuch van Fiorentina als nieuwe verdediger presenteerde, was Kruiswijk dichtbij een knock-out. Wat hij ook deed, de vertrouwenskwestie keerde nooit ten goede. Zoals hij onder Jans altijd een basis van respect had gevoeld, was het gevoel tussen hem en Anderlecht-trainer Ariël Jacobs nimmer optimaal.
Naar mate het seizoen vorderde en de Brusselse club de koers richting de titel inzette, bladderde de hoop op betere tijden af als het schilderwerk op een vooroorlogs huis. Een aantal duels moest hij zelfs plaatsnemen op de tribune, geen wedstrijd stond hij op het veld. De normaal zo rustige Kruiswijk kwam af en toe vloekend en tierend thuis. 'Ik vrat mezelf helemaal op, wist niet waar ik het zoeken moest. Wat ik ook deed, het hielp niets.'
Des te lastiger voor hem, was het gebrek aan ervaring met tegenslagen. Tot zijn overgang naar Brussel verliep zijn carrière crescendo. 'Alleen halverwege mijn tijd in Groningen heb ik op de bank gezeten. Gibril Sankoh en Gijs Luirink kregen de voorkeur. Maar dat was totaal niet vergelijkbaar met deze situatie. Het gaat enkel en alleen om uitzicht en perspectief. Dat was nu totaal verdwenen.'
Praten over een mislukte periode doet hij niet. Daarvoor heeft hij Brussel in anderhalf jaar teveel gekosterd. Het verleggen van zijn grenzen was veel waard. FC Groningen was vertrouwde grond, maar tegelijkertijd weinig spannend. In de Belgische hoofdstad woonde hij tussen centrum en stadion, en past hij zich aan aan een volledig nieuwe cultuur.
'Brussel is schitterend, maar heeft wel zijn eigen typische problemen. Een aantal moeilijke wijken, veel overlast van allochtonen en natuurlijk de politieke reacties op zulke ontwikkelingen. Brussel is een splijtzwam. Eigenlijk staat de stad op zichzelf.'

Hij verrijkte zichzelf met het leren van een nieuwe taal. 'Sommige mensen zijn daar zo zelfingenomen, dat gasten zich maar aan moeten passen. Nederlands snappen ze niet, Engels maar heel mondjesmaat. Alleen als er een rekening betaald moet worden, hè, dan verloopt de communicatie ineens wel vloeiend.'
Bovendien leerde hij de wetten van een topclub. Het hardde hem. 'Anderlecht is een mooie vereniging, maar ik moest wennen aan de zakelijkheid. Het is het Ajax van België. Eén keer verliezen en de club staat in brand. Tijdens een Open Dag hadden supporters een kwartier de tijd om handtekeningen te vragen, daarna werden we afgeschermd.'
'En leden van het bestuur staan echt als bazen boven de club. In Groningen zie je directeur Hans Nijland elke dag, maar daar komen ze alleen langs als er diepe crisis is. Als je de president ziet lopen, weet je dat een persconferentie belegd kan worden.'
Kruiswijk toog naar Kerkrade. Roda JC bevond zich in nood, toen de deal in december werd afgesloten. Maar degradatiekandidaat of niet, de verdediger liet zich leiden door zijn gevoel. 'En achteraf had ik echt geen betere beslissing kunnen maken.' Zelf weigert Kruiswijk, de vleesgeworden bescheidenheid, te spreken over een causaal verband.
Maar dat Roda JC in een halfjaar acht plaatsen op de ranglijst steeg, kan ook niet helemaal los worden gezien van zijn komst. 'Natuurlijk heb ik mijn bijdrage geleverd. Maar Mads Junker, voor mijn gevoel, met 21 doelpunten minstens net zo zeer. Ik wist wel dat ik het nog kon, maar het is altijd fijn om via prestaties de bevestiging te krijgen. Of het revanche was richting Anderlecht? Ach, misschien wel een beetje.'
Zwoegend in de wereld van de schijnwerpers, kreeg Kruiwsijk zichzelf in de Limburgse schemering wel weer aan de praat. Opeens was er water voor de bloem die anderhalf jaar niet meer had gebloeid. De oude vraag dringt zich op. Speelde hem in Brussel een gebrek aan uitstraling parten? 'Leiderschap is ook een kwaliteit. Dat ontken ik niet. En misschien heeft me dat ook wel geremd in mijn ontwikkeling. Maar of het ook invloed heeft op tactisch en technisch vlak, dat durf ik te betwijfelen.'
Kort draait hij de voetbalfilm van zijn eigen loopbaan af. 'Een grote mond heb ik nooit gehad. Niet tegen trainers, niet tegen medespelers. Ook omdat ik vaak veel jonger was dan zij. Ik weet het, ik moet soms iets sneller kwaad worden. Maar is een geforceerde leider wel een goede leider?'
De beeldvorming kan hem, eerlijk gezegd, ook weinig schelen. Kruiswijk is wie hij is, en anderen moeten hem op die manier maar accepteren. Wat dat betreft onderschrijft hij dat hij als mens vermoedelijk in Noord-Nederland het beste tot zijn recht komt. 'Ik ben nuchter, en zal dat ook altijd blijven.' Die mentaliteit uit zich in zijn daden. Natuurlijk baalde hij van de tegenslag in Brussel. Maar eenmaal thuis stapte hij een ander bestaan binnen. 'Voetbal is mijn beroep, maar niet mijn leven. Er zijn zoveel belangrijkere zaken.'

Kruiswijk als speler van FC Groningen in duel met PSV'er Danny Koevermans.
Keerpunt in dat denken ligt negen jaar terug, toen Kruiswijk op jonge leeftijd zijn moeder verloor. 'Sindsdien is alles anders. Waarom zou je je druk maken om futiliteiten? Of om dingen waar je geen invloed hebt? Opeens werd het leven veel meer waard. Daarvoor, toen ik in de jeugd voetbalde, had ik amper tijd na te denken. Maar inmiddels weet ik dat je moet genieten van de kansen die je krijgt.'
En dus kijkt Kruiswijk niet meer terug maar blikt hij vol zin en dadendrang vooruit. In Heerenveen wil hij in Nederland opnieuw overtuigen, de herinneringen opdiepen die vergeten zijn. 'Veel slechter dan vorig seizoen kan het niet doen,'lacht hij, 'maar de ambities zijn groot. Heerenveen hoort in de topvijf. Die moeten we gaan bereiken.'
Hij tekende bij de Friese club een contract voor vier seizoenen. Maar of hij die overeenkomst uitdient is nog maar de vraag. De verdediger, die bij Jong Oranje samenspeelde met Wesley Sneijder en Robin van Persie en in 2006 en 2007 Europees jeugdkampioen werd, heeft nog dromen.
'Oranje is ver weg, daar mag ik zeker nog niet aan denken. Maar an de andere kant, het kan snel gaan. Het buitenland smaakt zeker naar meer. Maar het is nu eerst aan mij te laten zien dat de oude Kruiswijk nog bestaat.




