Misschien is het wel tijd (april 2009)
Na bijna vijf jaar SC Heerenveen is de positie van Brian Vandenbussche niet langer onomstreden. De 27-jarige keeper wacht een belangrijk besluit over zijn toekomst. ‘Misschien is het wel tijd voor een nieuwe uitdaging.’
Het enige wat ontbreekt is een bordje met waarschuwing. ‘Duiventil. Pas op voor laag in- en uitvliegende keepers!’ Had zomaar gekund want in Heerenveen is een macabere keepersdans aan de gang. Trainer Trond Sollied wisselde dit seizoen voor een wedstrijd al acht keer van doelman. Hij begon met Brian Vandenbussche in het doel, maar verving hem halverwege de eerste competitiehelft door Kenny Seppe, die afgelopen zomer voor anderhalf miljoen euro werd gekocht van Germinal Beerschot.
Op het moment dat Steppe geblesseerd raakte, werd nog voor de winter weer een beroep gedaan op Vandenbussche. En in de tweede seizoenshelft wisselde de Belg geregeld stuivertje met Hans Vonk, de oude rot die in januari door Heerenveen werd teruggehaald. En vorige week viel de Zuid-Afrikaan op zijn beurt in het beker duel met FC Volendam weer uit met een bovenbeenblessure, die hem zeker enkele weken zal kosten. Zijn vervanger? Brian Vandenbussche die zelf net voldoende hersteld was van een buikspierkwetsuur die hem eerder dit seizoen ook al enkele wedstrijden kostte. Om tureluurs van te worden.
Vooral voor Brian Vandenbussche is de carrousel der keepers een hard gelag. De 27-jarige Belg is met Michel Breuer de langstzittende speler bij Heerenveen. In 2004 maakte hij de overstap van Sparta naar Frisland, waar hij zich na een moeizaam begin opwerkte tot eerste doelman. In zijn eerste drie seizoenen stond Vandenbussche bij Heerenveen 87 competitieduels onder de lat. Zijn statuur als numero uno wankelt echter. In maart van het vorige jaar stond hij al zijn plaats af aan Rob van Dijk, toen nog vrijwillig. Vandenbussche tobde met de afwikkeling van een rechtszaak vanwege een vechtpartij in 2001, waarvoor hij een voorwaardelijke celstraf van zes maanden kon krijgen.
‘Op maandag was de uitspraak van het hoger beroep en op de zondag ervoor speelden we tegen FC Groningen’, legt hij uit. ‘In de aanloop maar die wedstrijd heb ik Gertjan Verbeek gezegd dat ik liever niet wilde spelen. Ik keepte die periode al minder, zat niet lekker in mijn vel en die rechtszaak spookte continu door mijn hoofd. Ik kon een strafblad krijgen en er dreigde zelfs een half jaar gevangenisstraf. Als dat allemaal te veel wordt, moet je een stapje terug doen. Sommige mensen zagen dat als een teken van zwakte, ik vind het juist sterk en professioneel dat ik me kwetsbaar durfde op stellen. Alleen is daarvoor in de voetballerij geen plaats. Daarin moet je vooral machoman zijn. Iedereen doet zo stoer als het maar kan.’
Banneling
Dit seizoen is zijn regelmatige rol als banneling op de bank minder vrijwillig gekozen. Daarmee geconfronteerd valt er een grimas over het gezicht van Vandenbussche. ‘De komst van Hans Vonk heeft mij alleen maar meer gemotiveerd. Tijdens een week vakantie in januari heb ik ook stevig doorgetraind. Ik wilde superscherp aan de voorbereiding op de tweede seizoenshelft beginnen. Tijd het trainingskamp in Turkije heb ik laten zien dat ik er klaar voor was, de twee wedstrijden die ik speelde, gingen super. Niet voor niets liet Sollied me staan bij de hervatting van de competitie. Daarna begon het met Heerenveen goed te draaien. We wonnen voor de beker bij Feyenoord, in de competitie hadden we een serie van negen duels met zeven overwinningen en één nederlaag en ik hield vier keer op rij de nul. Als ik niet geblesseerd was geraakt, was ik gewoon blijven staan. Ik vond, en iedereen vond dat, dat ik heel sterk ben teruggekomen.’
Hoe zou jij het huidige seizoen typeren?
‘Als merkwaardig. Al op de eerste dag van de voorbereiding zei Sollied dat hij een nieuwe doelman wilde aantrekken, terwijl hij me nog nooit had zien keepen. De trainer baseerde zijn mening op het grote aantal tegendoelpunten (48 red.) van vorig seizoen. Maar hij vergat dat we ook zo’n beetje de meest scorende ploeg van Europa waren. Vorig seizoen onder Gertjan Verbeek gingen we het veld in met de opdracht: aanvallen en scoren, scoren, scoren. De keerzijde is echter dat je dan verdedigend wel eens een steekje laat vallen.’
Sollied zei: ‘Ik wil een goede keeper die ballen tegenhoudt en vasthoudt. Het gaat om de security.’ Eigenlijk een diskwalificatie van jou.
‘En van Rob van Dijk. Hij ging ook helemaal over de rooie, want Rob kreeg alleen maar te horen dat hij derde keeper zou worden. Verder is er in die periode nooit met ons gesproken, wij moesten het ook maar hebben van de geruchten. Eerst moest Stijn Stijnen naar Heerenveen komen, de keeper van het Belgische elftal. Dat ging niet door en uiteindelijk is Kenny Steppe aangetrokken, terwijl de competitie al begonnen was. Dat was geen lekkere periode. Je staat in de goal, terwijl je weet dat de club met een andere doelman bezig is en de trainer geen vertrouwen in je heeft. De club en de technische staf hebben die hele kwestie niet goed aangepakt. In de voorbereiding bouw je aan een elftal, maar óók aan het vertrouwen van de spelers. Bij ons gebeurde het tegendeel. Wij werden als het ware afgebroken. Rob van Dijk had nog het geluk dat hij met Verbeek mee kon naar Feyenoord.’
Heb je die onzekerheid meegenomen tijdens de seizoensstart?
‘Nee, ik ben echt goed begonnen. In de eerste wedstrijd bij Volendam, die we met 3-2 wonnen, was ik heel belangrijk voor het elftal. Het probleem was dat we net als vorig seizoen veel doelpunten tegen bleven kregen. Vroeg of laat gaat dan het mechanisme werken. Als keeper word jij afgerekend op de tegengoals en je weet dat er achter jou iemand zit die voor 1,5 miljoen euro is gekocht. Op een gegeven moment las ik in de krant: Vandenbussche is bezig aan een kansloze missie. Dan verwacht iedereen dat er een keer wordt ingegrepen. Dat gebeurde na de 2-2 bij tegen Feyenoord. Daar zaten geen blunders van mij bij, toch kwam Steppe in de ploeg. Kenny is een talent, maar ook hij bleek niet de redder van Heerenveen. Met hem in de goal bleef de club veel tegendoelpunten krijgen. Wolfsburg vijf, Twente zes, grote nederlagen. Dat was een duidelijk signaal voor mij dat de problemen van Heerenveen niet bij de keepers lagen.’
Waar wel?
‘De hele voorbereiding was al niet goed geweest. We moesten wennen aan de nieuwe trainer, aan elkaar. In het elftal ontstond maar geen duidelijkheid, het was wisselen, wisselen, wisselen. Goran Popov raakte geblesseerd, Kristian Bak Nielsen kwam terug uit een blessure, Danijel Pranjic arriveerde pas laat van het EK. Niemand wist waar hij aan toe was en hoe het elftal eruit kwam te zien. Toen de competitie begon hadden we met Pranjic, Mika Väyrynen en Christian Grindheim misschien wel het beste middenveld van Nederland.'
'Alleen: dan moet je wel de bal hebben, verdedigend was er weinig balans. Michael Dingsdag en Bak Nielsen hadden als centrale verdediger veel problemen om de aanvallende middenvelder van de tegenstander op te vangen die er iedere keer tussenkwam. Voor een keeper is dat ook niet lekker als je ziet dat er continu mensen doorkomen. Je gaat denken: hoe zit dat hier? Niet voor niets ging het na de winterstop met Heerenveen en mij stukken beter nadat Michal Svec op het middenveld was komen te spelen. Hij was de missing link, een type Paus Bosvelt, dat de ploeg stabiel maakt.’
Heb je van Sollied tekst en uitleg gekregen?
‘Niets.’
Ik neem aan dat iemand van 27 jaar die jaren achtereen eerste keus is geweest dan zelf op zijn trainer afstapt.
‘Nee. Als hij niet wil praten, dan praat ik ook niet. Ik heb de situatie tenslotte niet bedacht. Ik dacht alleen maar: Als je geen bevestiging krijgt van de trainer moet je jezelf iedere dag op de training maar opnieuw bewijzen. Dat ligt me ook wel. Ik houd van stevig trainen, dan kan ik lekker mijn energie kwijt.’
Eigenlijk is de hele carrière van Brain Vandenbussche een gevecht. Als tiener bij Club Brugge moest hij opboksen tegen de legende Danny Verlinden. Bij Sparta had hij de ervaren aanvoerder Frank Kooiman voor zich en in Heerenveen was aanvankelijk Boy Waterman eerst keus omdat-ie zo lekker kon mee voetballen. Nadat Waterman geblesseerd was geraakt, pakte Vandenbussche zijn kans en stond zijn plaats onder de lat ruim drie seizoenen achtereen niet meer af.
.png)
Ben jij een overlever?
‘Ik probeer het wel te zijn, je moet je boven een moeilijke periode uitknokken. Daar wordt je tenslotte goed voor betaald. Ik vind ook dat ik het heel sterk heb gedaan door na de winter, nadat Steppe geblesseerd was geraakt en de club Hans Vonk haalde, toch weer te laten zien dat ik hier de eerste keeper ben. Ik merk aan mezelf dat ik de afgelopen jaren mentaal sterker ben geworden. De avond na een slechte wedstrijd voel ik me nog beroerd, daarna gooi ik het van me af. Dat moet ook, een doelman moet altijd verder. Tegen PSV liet ik een schot van Ibrahim Afellay los, waarna Timmy Simons in de rebound binnenschoot. Dat was een blunder, maar toch had ik daarna nog vijf of zes belangrijke reddingen, waardoor we uiteindelijk met 3-2 wonnen. Ik voel nu tijdens een wedstrijd dat een fout me niets meer doet. Ik kan vol door blijven gaan en de focus erop zetten. Dat is de stap die iedere keeper moet maken. Je moet leren leven met een fout en eelt op je ziel kweken. Het is gewoon je vak.’
Toch moet jij wel eens een keer naar een trainer verlangen die zegt: ‘Jij bent mijn eerste keeper, wat er ook gebeurt.’
‘Die zekerheid krijgt hier niemand. De oude voetbalwet never change a winning team gaat onder Sollied ook niet op. Hij wisselt, dat is soms ongelooflijk. We hebben onlangs nog meegemaakt dat een speler die op de laatste training voor de wedstrijd nog in de basiself speelde, de volgende dag op de tribune zat.’
Bak Nielsen noemde Sollied onlangs in VI ‘een mysterie’
‘Hij is een aparte trainer. Sollied is een slimme en intelligente man die ontzettend veel verstand van voetbal heeft. Maar is hij begrijpbaar voor iedereen? Neem die vreemde kwestie in het begin van het seizoen toen we een nieuwe aanvoerder moesten kiezen, terwijl Michael Dingsdag dat afgelopen seizoen gewoon was. Qua voetbal gaat Sollied volgens mij net zo gedetailleerd te werk als Louis van Gaal. Maar van Van Gaal hoor je ook altijd dat hij veel contact heeft met zijn spelers en erg menselijk kan zijn. Aan praten en communicatie ontbreekt het bij Sollied echter.’
Waar gaat jouw voorkeur naar uit?
‘Een trainer moet soms ook lekker losjes in een groep kunnen functioneren. Dat menselijke aspect maakt hem tot een heel grote trainer. Ik heb een paar keer een lezing van Guus Hiddink meegemaakt en dat vond ik heel indrukwekkend. Die man belichaamt alles. Intelligent mens, warme persoonlijkheid, slimme voetbaltacticus. Als je die man ziet en hoort weet je al dat hij een toptrainer is.’
Jij geldt zo langzamerhand als de moedigste keeper van Nederland.
‘Dat is wel een beetje mijn stijl. Ik gooi me voor elke bal en ga nooit aan de kant. Bij Heerenveen zijn er niet veel spelers die op de training nog met mij in duel gaan. Ik wil tonen dat ik een fysieke keeper ben, dat moet ook wel met mijn kwaliteiten. Ik weeg ruim 92 kilo, ben heel explosief naar de bal toen en dan moet je die kracht er ook vol in gooien. Angst ken ik niet. Ik denk dat je me gewoon kunt slaan en dat ik dan nog blijf staan. Dat heeft ook met mijn jeugd te maken. Ik was vroeger een straatschoffie, zat ook in zo’n bendetje. We gingen wel eens op de vuist en dan weet je dat je soms ook een tik terugkrijgt. Daarnaast heb ik in mij jonge jaren aan judo gedaan en was dus ook niet bang te vallen en vol naar de grond te gaan.’
Ben jij ook de beste keeper van Nederland?
‘Ik ben er hier in de afgelopen jaren in ieder geval nog niet veel tegengekomen van wie ik denk: die zijn beter dan ik. Als ik me fysiek goed voel, behoor ik tot de beste. De beste keepers zijn in mijn ogen de ervaren keepers die constant presteren. Sander Boscker, Hans Vonk en Martin Pieckenhagen, al kan die soms ook heel gekke dingen doen. Voor een doelman is 30 tot en met 36 een superleeftijd. Mijn beste jaren moeten dus nog komen.’
Nederlandse keepers klagen dat hier zoveel nadruk wordt gelegd op het meevoetballen en dat een fout hen zo zwaar wordt aangerekend. Begrijp jij daar als Belg iets van.
‘Jawel. Als je op de Belgische tv een samenvatting van een duel ziet, wordt een goede redding van een keeper wel vier keer herhaald. In Engeland idem dito. Magnificant save. Dan zie je een doelman in vertraging prachtig naar de bovenhoek gaan. Dat zijn beelden voor het plakboek. In Nederland wordt een lekkere redding nooit herhaald. Wel wordt na een fout van een keeper direct gesproken over een blunder en die krijg je vervolgens wel tot in den treure te zien. De benadering van het keepersvak is hier een stuk kritischer.’
Waar ligt dat aan?
‘Misschien aan de Nederlandse voetbalaard. De insteek is aanvallen, creëren. Daardoor is er afkeer over verdedigers en keepers want die staan in het veld om tegen te houden en af te breken. Feit is dat je als doelman in Nederland vanzelf hard wordt. Je leert incasseren.’
Zeker in het huidige seizoen bij SC Heerenveen. Hoe analyseer jij je positie ten opzichte van je concurrenten Kenny Steppe en Hans Vonk?
‘Als ik fit ben en me goed voel, ben ik de beste keeper van Heerenveen. Kenny is een talent, hij kan nog groeien, maar is absoluut niet beter dan ik. Kenny is een technische keeper, ik ben meer van kracht. Ten opzichte van hem heb ik mijn lengte mee en mijn fysiek. Hans Vonk is meer van het organiseren, straalt rust en ervaring uit, en is precies tot op de centimeter. Maar als het echt gaat om ballen pakken, durf ik hem gerust tegenover me te hebben. Ik zie Hans meer als een leraar en minder als een concurrent.’
Leg eens uit?
‘Toen Hans net bij Heerenveen was, dacht ik: wat kan die man zagen, zeg. Zeuren dus. Als ik niet op de goede manier om een pylonnetje liep, zei hij er al wat van. Als ik een bal niet klemde, hoorde ik Hans. Ik werk er gek van. Aanvankelijk riep dat kwaadheid bij me op. Als Hans weer kritiek had, dan vlóóg ik naar de eerstvolgende bal met een houd van: zo, probeer jij die ook maar eens te pakken. Vervolgens kwam ik erachter dat het mij alleen maar motiveerde. Hans is preciezer en minutieuzer dan ik van nature ben en daarmee heeft hij bij mij een nieuwe alertheid bij mij losgemaakt. Ik leer nu veel van hem.’
Toch lijkt jouw toekomstperspectief bij de club niet al te rooskleurig. De ervaren Vonk wil naar het WK met Zuid-Afrika en de dure aankoop Steppe staat nog tot 2013 onder contract. En drie is te veel, zo lijkt het.
‘Dat zou best kunnen. Ik vind sowieso dat je nooit twee eerste keepers in één selectie moet zetten die allebei de leeftijd hebben dat ze elke week willen spelen. Of je moet een Europese topclub zijn die elke week ook nog Europees speelt. Anders gaat het vroeg of laat scheuren. Kijk maar naar wat er bij Ajax met Maarten Stekelenburg en Kenneth Vermeer is gebeurd. Misschien is dit voor mij wel een mooi moment om de komende zomer na vijf jaar Heerenveen op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. Er is hier toch veel gebeurd. Ik heb drie goede jaren gehad, vorig seizoen was minder, dit seizoen loopt vreemd. Alles is hier ook gewoon geworden, je moet oppassen voor gemakzicht. Bij een nieuwe club krijg je nieuwe prikkels en moet je je vanaf nul weer helemaal bewijzen. Dat is goed voor je ontwikkeling.'
Waar denk je dan aan?
‘Voor een terugkeer naar België is het nog te vroeg en Nederland wordt een moeilijk verhaal. Alleen de topvier blijft over, wil ik het beter krijgen dan bij Heerenveen. Ik ben er wel van overtuigd dat ik een hoger niveau dan dat van Heerenveen aankan. Als je op een hoger niveau traint en speelt, ga je automatisch mee omhoog. Dat heb ik bij Heerenveen gemerkt, waar ik alleen al fysiek veel sterker ben geworden. Door krachttraining ben ik van 84 naar bijna 93 kilo gegaan en die toename is in spiermassa gaan zitten. Als je er sterker uitziet, heb je als keeper ook meer uistraling. Tegelijkertijd heb ik wel mijn snelheid en souplesse behouden. Met mijn kwaliteiten denk ik dat de Duitse competitie voor mij ideaal is. In Nederland moet je veel meevoetballen, dat is bij mij iets minder verzorgd. In het keepen op de lijn, in de een-tegen-een en bij hoge ballen ben ik goed. In Duitsland is de competitie wat fysieker dan in Nederland, voor het doel moet je constant in gevecht met beulen van spelers. Met mijn postuur ben ik daarvoor geschapen.'
Dat klinkt alsof je in je hoofd al afscheid hebt genomen van SC Heerenveen.
'Zo is het niet. Wij wonen hier bijzonder prettig, in de groep voel ik me goed en als eerste keeper wil ik graag blijven. Maar stel dat ze voor het volgende seizoen zeggen: ‘Jij wordt straks tweede man.’ Dan wordt het een heel moeilijk verhaal. Ik zal blijven trainen, keihard ook. Maar er is geen denken aan dat ik hier tevreden op de bank ga zitten. Ik ben te goed voor een reserverol bij Heerenveen. Bovendien word ik 28 jaar, ik wil en ik moet iedere week keepen. Als dat hier niet kan, dan moet ik verder gaan kijken. Ja, misschien is het wel tijd.'




