1975: Anno (Eddy Bosman)
De status van Abe Lenstra zal hij nooit krijgen, maar in menig Elftal van de Eeuw van voetbalvereniging Heerenveen staat Eddy Bosman toch maar mooi naast de Friese legende geposteerd. “Na Abe ben ik denk ik een van de weinige spelers uit de eigen kweek die zo lang bij de club heeft gespeeld”, vertelt Bosman. Van de vijftien jaar die hij rondliep in de wereld van het betaalde voetbal, diende hij als centrale middenvelder bijna twaalf jaar de club van de pompeblêden.
De roem die het profvoetbal met zich meebrengt heeft Bosman nooit begrepen. “Ik kan maar niet snappen dat mensen mij op straat stonden aan te gapen, alleen maar omdat ik aardig tegen een balkon schoppen”, zegt hij. “Ik ga nu nog altijd kijken naar de thuiswedstrijden van SC Heerenveen en wordt daar ook nog steeds veel aan vroeger herinnerd.”
Dat vroeger begon voor Bosman op zijn achtste jaar, toen hij lid werd van Heerenveen. Hij viel al snel op, sloeg de betaalde jeugd over en belandde vanuit de A-junioren in 1973 ineens in het eerste elftal van trainer Laszlo Zalai. Bosman: 'Het was een periode dat Zalai veel jeugd in moest brengen. De routiniers Martin Koeman en Henk Zoetendal waren aan hun laatste jaren bezig en moesten worden vervangen. Het kostte best wat moeite me tussen die spelers te bewijzen.'
'Als jonge jongen moest je toentertijd gewoon doen wat er werd gezegd. Wij mochten op de training van de oudere spelers bijvoorbeeld niet voorop lopen bij een duurloop, want dan ging het te hard. En je luisterde wel, want je vocht voor je plaats. Tegenwoordig is een speler op zijn 22ste al miljonair, dan is het een stuk makkelijker om een eigen mening te hebben.'
Zijn begintijd beleefde Bosman in het oude stadion van Heerenveen aan de J.H. Kruisstraat. 'We kleedden ons om onder de tribune in een ruimte waar alleen gaskachels stonden”, herinnert hij zich. “Het was een oude bende, met achter het stadion een heel vieze sloot, maar het was allemaal wel heel knus. Die sfeer, dat had iets, net als in Het Oosterark in Groningen. Ik kan me heel goed voorstellen dat supporters het zonde vinden dat dat stadion dichtgaat.'
De band met trainer Laszlo Zalai was een aparte. 'Hij heeft me laten debuteren, maar ik heb ook wel eens ruzie met hem gehad. Ik kan me er niets bij voorstellen, maar hij verweet mij een keer vedetteneigingen en zette me vervolgens op de bank. In 1976 ben ik ook voor een jaar naar de amateurs van ACV in Assen gegaan, omdat ik van Zalai vier keer per week moest komen trainen.'
'Dat kon niet, omdat ik op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen zat en twee keer per week trainen redde ik net. Bovendien deed ik het allemaal als amateur. Als ik een contract had getekend zou ik mijn studiebeurs kwijtraken.'




