Een 7 op de schaal van Riemer (oktober 2006)
Riemer en Annie van der Velde mogen graag scouten. Ze zitten een aantal keren per week op de tribune bij een voetbalwedstrijd en noteren hun oordeel over de 22 voetballers op het veld op een blaadje. Dat mondt uit in een cijfer voor iedere speler in de range van 2 tot en met 6. Als je een 2 krijgt, kun je er werkelijk niets van en met een 6 mag je als voetballer vertrouwen op een gouden toekomst, bij voorkeur te starten bij Heerenveen.
Waarom ze niet gewoon van 1 tot en met 10 scoren zoals overal op school gebeurt, is mij een raadsel. Waarschijnlijk is Riemer van mening dat het beoordelingssysteem op school niet deugt en zou hij zijn eigen systeem van harte aanbevelen in het onderwijs. Maar je kunt niet alles hebben, weet ook hij inmiddels.
Om een 6 te krijgen is niet alleen je techniek, tactisch inzicht en oog voor medespelers van belang, ook vechtlust en doorzettingsvermogen worden meegewogen. En het zou me niets verbazen als ook het uiterlijk een rol speelt. Paardenstaarten horen thuis in een manege en niet op een voetbalveld, vinden Riemer en Annie volgens mij.
Het moet immers allemaal wel een beetje in het Friese straatbeeld blijven passen bij Heerenveen. Misschien dat dat ook hun voorkeur voor Scandinavië verklaart. Daar zijn de jongens nog fris van de lever en hebben ze heerlijke rode blosjes op de wangen na een fluks partijtje voetbal.
Ze zijn trouwens aardig goed in scouten, Riemer en Annie. Iedere beschaafd gekapte voetballer in Scandinavië die ook maar een beetje bij een 6 in de buurt komt en zich tevens sociaal en respectvol opstelt, hebben zij de afgelopen 10 à 15 jaar naar Friesland gehaald en pas via Heerenveen laten doorstromen naar de Europese voetbaltop. Maar niet een type als de Zweed Ibrahimovic dus.
Die zal hooguit een 4 gekregen hebben en moest maar ergens anders hoog van de toren gaan blazen. Dat wil niet zeggen dat iedere Scandinavische 5 of 6 met succes in Heerenveen ook bij andere clubs tot zijn recht komt. Wat Tomasson wel kon, lukte jongens als Tobiasen, Allbäck en Väyrynen niet. Maar dat tekent slechts de geweldige finetuning van het scoutingsmodel op de Friese markt. Wel met de nodige meningsverschillen tussen Riemer en Annie trouwens, want een 6 van Annie kon best eens een 4 zijn bij Riemer. Of omgekeerd. En middelen
zullen ze daarna vast niet gedaan hebben, dus dan moesten er weer extra wedstrijden bekeken worden, mag ik aannemen.
Ook voor Nederlandse zesjes hebben Riemer en Annie een goede neus. Zonder hun erkenning van de kwaliteiten van Van Nistelrooij en Huntelaar zou de weg naar de top voor deze spelers een stuk lastiger zijn geworden. En ook Nederlandse vijfjes met succes bij Heerenveen hebben het soms bij hun volgende clubs onverwacht moeilijk. Zie Anthony Lurling. Maar ook die hebben Heerenveen goed geld opgebracht en mogen dus bijgeschreven worden op de lijst van scoutingssuccessen.
Nu Riemer is teruggetreden als voorzitter, hoeven Annie en hij niet meer te scouten. Maar veel leuker is het als ze hun laatste ontdekking, de Braziliaanse Zweed Alves, juist beschouwen als een opstapje naar de Braziliaanse markt. Laten ze hun vrije tijd aangrijpen om daar geduchte concurrenten te worden van Piet de Visser. Lijkt me geweldig: Riemer en Annie in dezelfde vijver als Piet. Dan wil ik nog wel eens zien wie Abramovitsj uiteindelijk benoemt tot hofscout. En of PSV Heerenveen op termijn nog voor kan blijven.
Riemer en Annie zijn, naast Abe en Foppe, nu al de enige Friezen die ook in de rest van Nederland geen achternaam nodig hebben. Dat kan maar één ding betekenen: dat Riemer en Annie zelf een dikke 6 verdienen op de schaal van Riemer. Maar laat ze gaan scouten in Brazilië en ik voorspel dat we voor hun de 7 moeten gaan gebruiken.




