Sibon, Buitenbeentje in Peking (juli 2008)
Van een afstandje bekeken vindt Gerald Sibon het zelf ook wel tamelijk bizar. De voetballer die een jaar geleden nog als werkloze geregistreerd stond, stapt vanmiddag op het vliegtuig richting Azië, ter voorbereiding op de Olympische Spelen.
"Natuurlijk is het een bijzonder verhaal," zegt Sibon. "Dat zie ik zelf ook wel. Maar als je zelf midden in dat verhaal zit, besef je het toch minder. Dan gaan de dingen heel geleidelijk. Je leeft van dag tot dag, bent je niet altijd bewust van dingen. Ik sta niet heel vaak meer stil bij hoe ik er een jaar geleden voorstond."
Kort samengevat: Sibon is in juli 2007 clubloos na een mislukt avontuur in Nürnberg, hij meldt zich voor een potje bij oud-Heerenveen en raakt daar in gesprek met trainer Gertjan Verbeek. De spits mag mee komen trainen, verdient een contract en speelt in Friesland één van de beste seizoenen uit zijn carrière. Met Peking als beloning.
"Ik was nog nooit geselecteerd voor een vertegenwoordigend elftal, behalve voor de Drentse jeugdselectie. Als je dan naar de Spelen mag, is dat een unieke kans."
Bondscoach Foppe de Haan vindt Gerald Sibon ‘een bijzonder mens’. Om zijn subtiele, droge humor, maar ook om hoe hij in het leven staat. Schijnbaar ongeïnteresseerd, quasi-nonchalant, maar intelligent en onafhankelijk. "Op een gegeven moment is Gerald het gaan begrijpen. Het voetbal, maar ook het leven," zegt De Haan.
Sibon knikt. "Ik kijk anders tegen dingen aan dan vroeger, dat klopt wel. Foppe heeft wel eens het voorbeeld genoemd van de twee Mercedessen die ik op een gegeven moment op de oprit had staan. En dat hij dat maar grote flauwekul vond. Ik snap wel wat hij daarmee wilde zeggen. Het is goed om te weten wat echt belangrijk is en wat niet. Dat weet ik nu beter dan toen."
De omslag kwam in zijn eerste periode bij Heerenveen, na vier jaar in Engeland bij Sheffield Wednesday. Sibon was 28 en stond op een kruispunt in zijn loopbaan. "Sommige dingen zijn privé, daar praat ik niet over. Maar in Heerenveen ben ik mijn vak wel serieuzer gaan nemen. Als ik optimaal wil presteren, moet ik fit zijn, me goed voelen. Ook zulke dingen leer je naarmate je ouder wordt."
Op het oog is hij een buitenbeentje in de Olympische selectie, alleen al gezien zijn leeftijd. Sibon loopt liever met een boek in de hand dan met een spelcomputer. Hij is een liefhebber van doordachte, semi-wetenschappelijke raadsels. "Maar Gerald is ook een voorloper, iemand die zich makkelijk in een groep beweegt," vindt De Haan. "Een leider op zijn manier."
"Ik kan met iedereen wel aardig opschieten,’’ zegt Sibon zelf. ,,Dat we soms andere interesses hebben, is niet belangrijk. Natuurlijk is deze generatie anders dan die van twintig jaar geleden. Ik heb een andere achtergrond dan Royston Drenthe, we houden van andere muziek, maar we zijn ook allebei vader. Zo is er met iedereen wel een raakvlak."
Na zijn loopbaan wil hij gaan reizen. Ver weg liefst, met Australië als ankerpunt. "In Nürnberg speelde ik met vijf Australiërs. Hun manier van leven, dat relaxte, dat sprak me aan. Zoals ik ook iets met het land heb. Mijn contract bij Heerenveen loopt nog een jaar, daarna zou ik het mooi vinden om een seizoen in Australië te spelen."
Een wereldreis staat hoe dan ook op de verlanglijst. "We willen een keer voor een maand of vijf weg. Met rugzak en dan maar kijken hoe het loopt. Mijn vrouw heeft Indonesische roots, dus daar willen we sowieso nog een keer heen. Van daaruit kun je een mooi rondje maken. China kunnen we overslaan, daar zijn we dan al geweest."
In het Olympisch elftal is Sibon de beoogde aanvalsleider naast Roy Makaay. In het oefenduel van woensdag met België liep dat nog niet naar behoren, maar Sibon ziet nog geen reden voor paniek. "Deze ploeg kan gewoon ver komen. Hoe het tussen Roy en mij loopt, is ook afhankelijk van de rest van het elftal. Tegen België ontbrak de aanvoer. Als ik al bereikt werd, dan was het over grote afstand. Maar ik geloof nog steeds dat Roy en ik een sterk koppel kunnen vormen."
China moet het hoogtepunt worden in een carrière vol contrasten. Vrijwel elke sterke periode in Sibons loopbaan werd gevolgd door een mindere. En andersom. "Bij Roda JC speelde ik de pannen van het dak en bij Ajax raakte ik het jaar daarop geen pepernoot. Toen ik na een goede periode van Heerenveen naar PSV ging, werd het ook minder, al heb ik in Eindhoven ook een mooie tijd gehad. Maar die contrasten zie ik ook wel."
"Het heeft veel met waardering te maken, denk ik. Ik wil voelen dat ik van waarde kan zijn, dan ben ik op mijn best. Dat is ook het verschil tussen een topclub en een subtopper. Bij Ajax was goed spelen de norm, een eis. Bij Heerenveen word je gewaardeerd. Daar ben ik gevoelig voor, het kan het verschil maken tussen een 6 en een 8. Misschien dat ik daarom in de subtop wel geslaagd ben, maar in de top niet."
Sibon is typisch zo’n speler in wie een trainer het helemaal ziet zitten. Of juist niet. Bij het publiek werkt het net zo: in Sheffield werd hij twee keer verkozen tot Speler van het Jaar, bij PSV vonden ze het maar niks, die lange slungel.
"Sloom, traag, laconiek; het ziet er allemaal niet uit bij mij. Dat zal best invloed hebben gehad op het verloop van mijn carrière. De één vindt het niks, de ander ziet er wel wat in. Zelf kan ik er niet mee zitten, ik verander er toch niets aan. Voor iemand die niet het lichaam heeft van een topatleet, heb ik het volgens mij niet onaardig gedaan. Ik ben kampioen geworden met PSV, heb in de Premier League gespeeld en ga straks naar de Spelen. Toch niet slecht voor een lange slome, vind ik."
Bron: AD Sportwereld Pro




