IJslander Arnór Smarason snakt naar debuut (december 2007)
IJsland. Woeste landschappen, geisers, uitgestrekte lavavelden. Een land van vulkanen en reusachtige gletsjers. Onherbergzaam. Er wonen nauwelijks mensen en die spreken een onverstaanbare taal. Nee, bij IJsland, liggend tussen Groenland en Noorwegen midden in de Atlantische Oceaan, denk je niet meteen aan goed voetbal. Toch is er een club op het eiland die al jarenlang grote talenten voortbrengt, Íthróttabandalag Akraness.
Arnór (niet Arnar) Smarason is zo’n talentje. Ook hij komt van de school van ÍA. De negentienjarige schaduwspits speelt al weer bijna vier jaar bij Heerenveen en lijkt tegen zijn debuut aan te hikken. Tegen NEC en NAC zat hij zich te verbijten op de bank. Want na de aanvankelijke blijdschap dat hij ‘erbij’ zat (‘Een beloning voor wat je in het tweede doet’) kwam later de kater van het niet spelen. ‘Ik weet dat ik geduld moet hebben, maar je moet ook teleurgesteld zijn, vind ik.’ Dat hij nu zijn kerstvakantie enkele dagen moet uitstellen omdat trainer Gertjan Verbeek krap in zijn middenvelders zit, vindt de IJslander geen probleem.
Voetbal is zijn leven. Al sinds zijn vierde levensjaar. Hij weet nog goed dat ÍA een van de meest succesvolle clubs van het land, in 1993 Feyenoord thuis met 1-0 klopt (uit 3-0 Feyenoord) in de eerste ronde van de Europa Cup I. ‘Ik ben toen gaan kijken’, zegt Smarason. Het is lang niet het enige heugelijke wapenfeit van de ‘Skagamenn’. Joey Gudjónsson en Grétar Steinsson (AZ), Arnar en Bjarki Gunnlaugsson en Peter Petursson (Feyenoord), Bjarni Gudjónsson (Newcastle United), Sigurdur Jónsson (Arsenal) zijn spelers die in Akraness (6000 inwoners) speelden. ‘De club heeft een enorme historie en de cultuur in het dorp ademt voetbal. Als jongentje ga je daar automatisch voetballen.’
Smarason blijkt een bovengemiddeld talentje. Dat ziet zijn trainer Thor Henriksson al snel en de scout voor Heerenveen brengt de pas vijftienjarige voetballer naar Fryslân voor een test. Hij mag blijven en krijgt onderdak bij Slagerij Hijlkema in Luinjeberd. De familie zorgt ervoor dat hij de eerste moeilijke periode door komt. ‘Fijne mensen’, zegt de IJslander die het Nederlands nu bijna vlekkeloos beheerst en inmiddels zelfs een woordje Fries spreekt. ‘Gelukkig kwamen mijn ouders ook regelmatig langs. Vooral mijn moeder had er toch wel wat moeite mee dat ik wegging. Maar dit was wat ik graag wilde.’
De sympathieke IJslander heeft zich bij Heerenveen onder trainer Johnny Jansen de afgelopen jaren goed kunnen ontwikkelen. En waar teamgenoot Geert Arend Roorda nu de stap naar het eerste elftal heeft gezet wil ook Smarason een kans krijgen. Hij voetbalt al voor IJsland -21 jaar. Zijn in augustus getekende eenjarig contract loopt af en hij moet zich dus ook laten gelden. ‘Ik heb veel stapjes gemaakt en het eerste team is mijn doel’, zegt hij zelfverzekerd. In plaats van Smarason kreeg afgelopen zaterdag echter Paula Henrique de kans en hij scoorde twee keer. ‘Als ik was ingevallen had ik dat ook gedaan’, lacht Smarason.
Ook al is het een grap van de IJslander, overtuigt van zichzelf is hij wel. Hij wil net als zijn eerdere voorbeelden bij ÍA slagen in het buitenland. ‘Je droomt er als kind van om net als zij in Europa te spelen. Zij zijn onze voorbeelden.’ En hij zegt ‘onze’ omdat Smarason lang niet de enige IJslandse jongeling is die zijn opleiding bij een profclub in het buitenland geniet. ‘Van de achttien spelers bij -21 zijn er tien die buiten IJsland spelen. Onze generatie is dan ook veel beter dan de vorige’, doelt hij op de toekomst van het nationale elftal. Die leerde dan ook met name voetballen op keiharde moddervelden en in de sneeuw.
Smarason ziet de toekomst van het IJslandse elftal zonnig in. En ook die van zichzelf. Hij heeft nog geen idee of Heerenveen na dit seizoen nog met hem verder wil. Maar dat hij wat in zijn mars heeft bewijst hij wekelijks in het belofteteam. De goal tegen Jong Utrecht afgelopen maandag was er weer eentje van grote klasse. ‘Ik had het Paul DiCanio in Engeland eens zo zien doen en toen ben ik die halfhoge trap gaan oefenen. Maandag kreeg ik de kans om de trap uit te proberen. Een heerlijke goal.’
Een schaduwspits is ’ie. Mensen vrij voor de goal zetten, zelf scoren, assists geven en ook hoekschoppen nemen. Smarason is dan in zijn element. Als hij zichzelf zou moeten vergelijken met een aanvallende middenvelder, dan toch met Dennis Bergkamp. ‘Ik heb zijn honderd mooiste doelpunten op dvd, geweldig.’ En als we nu toch grote namen erbij halen, dan moet Liverpool zijn eindbestemming worden. ‘Dat is mijn club. Fantastisch om daar te mogen spelen.’




